BR 01.10, DB | Spur H0 - Art.Nr. 37104

Sneltreinlocomotief met getrokken tender.

Voorbeeld: Sneltreinstoomlocomotief serie 01.10 van de Deutsche Bundesbahn (DB) met getrokken kolentender. Onbeklede ombouwversie met nieuwbouw hoogvermogenketel, Witte-windleibladen, hoge zandkasten en zilveren ketelringen. Bedrijfsnummer 01 1001. Bedrijfstoestand rond 1954/55.

(cehET3
Sneltreinlocomotief met getrokken tender.
Sneltreinlocomotief met getrokken tender.

Die wichtigsten Daten

Art.Nr.37104
Spur / Bauart H0 / 1:87
EpocheIII
ArtStoomlocomotieven
AnleitungenSpielewelt AnleitungErsatzteillisteErsatzteile bestellenKompaktansichtLink kopieren
werksseitig ausverkauft
Jetzt im Handel nachfragen
Händler finden

Highlights

  • "Carl Bellingrodt-Edition 5".
  • Representatieve verzamelaarvitrine voor elk model in de edition.
  • mfx-decoder met soundfuncties.
  • Drijfwerkverlichting digitaal schakelbaar.
  • Produktbeschreibung

    Model: Met Digital-decoder mfx en uitgebreide geluidsfuncties. Geregelde hoogvermogenaandrijving in de ketel. 3 assen aangedreven. Antislipbanden. Locomotief voornamelijk van metaal. Ingericht voor rookgarnituur 7226. Tweepuntsfrontsein wisselt met de rijrichting en naderhand in te bouwen rookgarnituur traditioneel in bedrijf, digitaal schakelbaar. Drijfwerkverlichting extra digitaal schakelbaar. Op de tender kortkoppeling met NEM-schacht. Zuigerstangbeschermhulzen meegeleverd.
    Lengte over buffers 28,1 cm.

    Representatieve verzamelaarvitrine uit hout en glas, op de achtergrond met de reproductie van een voorbeeldfoto van de meester.

    Eenmalige oplage in gelimiteerde serie (model 5 van 5 en daarmee afsluiting van de serie).

  • Veröffentlichungen

    - Folder nieuwe modellen 2010 - Totale programma 2010/2011
  • Großbetrieb

    Ere aan de oude meester. De op 7 april 1897 in Keulen geboren Carl Bellingrodt behoort ongetwijfeld tot de bekendste Duitse spoorwegfotografen. Al voor de Eerste Wereldoorlog was hij met het fotograferen van verschillende onderwerpen begonnen, maar al spoedig specialiseerde hij zich op landschaps- en vooral op spoorwegfotografie. Hoewel hij als ambtenaar de fotografie als hobby bedreef, ontstonden in de loop van zijn werkzaamheden meer dan 30 000 opnamen, waarvan vele tegenwoordig tot de klassieke meesterwerken gerekend worden. Behalve zijn systematisch vervaardigde typeopnamen van complete series kregen ook de opnamen van het spoor in het landschap en de qua sfeer uiterst nauwkeurige kopieën van stations en hun typische omgeving bijna een cultstatus. Zo was Carl Bellingrodt wat stijl betreft voor veel andere spoorwegfotografen, die soms nu nog tot de populaire "Bellingrodt-fotostandpunten" overhellen, het voorbeeld om de treinen in onze tijd in het klassieke perspectief van de oude meester op te nemen. Ter nagedachtenis aan de op 24 september 1971 in Wuppertal gestorven en zeker nog lang niet vergeten spoorwegfotopionier neemt Märklin een vijfdelige speciale serie met geselecteerde H0-modellen in productie. Per jaar wordt steeds een locomotief in exquise detaillering en technische Premium-uitvoering als gelimiteerde eenmalige serie geproduceerd. Elk van de modellen wordt met een decoratieve vitrine geleverd. Op de achterwand bevindt zich de passende Bellingrodt-foto van de betreffende locomotief. Daarvoor is in het onderste deel een glazen bodem opgenomen, waarop het model zich attractief laat presenteren. Dit maakt de directe vergelijking tussen de Bellingrodt-foto van de voorbeeldmachine en de exquise imitatie in het model mogelijk. De glazen voorruit biedt de locomotief een doeltreffende bescherming tegen stof. In de tweede helft van de jaren 1930 groeide de behoefte aan snelrijdende locomotieven voor het net van de FD- en D-treinen bij de DRG sterk. De bestaande tweecilinder eenheidslocs van de series 01 en 03 waren voor het geplande snelle verkeer slechts in beperkte mate geschikt. Na de goede ervaringen met de gedeeltelijk en volledig beklede testlocomotieven 03 154 en 03 193 besloot de DRG uit de tweecilinder serie 01 een driecilinder stroomlijn-Pacific met 150 km/h maximumsnelheid te laten ontwikkelen. In het frame van een werkelijk gigantisch aanschaffingsprogramma was uiteindelijk voor 1939 de bouw van 1.000 stoomlocomotieven gepland. Er was daarbij ook voorzien in de aanschaf van 205 exemplaren van de nieuwe 2'C1'-stroomlijnlocomotief met driecilinder drijfwerk als serie 01.10. Met de constructie en de bouw van de nieuwe machine werd de BMAG (voorheen Schwartzkopff) in Berlijn belast. In juli 1939 was de protoloc 01 1001 gereed. Daarop volgden tot de herfst van 1940 nog 54 machines, de Tweede Wereldoorlog verhinderde een voortgaande bouw. De machines kwamen in het begin o.a. naar Berlijn, Bebra, Dresden, Erfurt, Frankfurt (Oder), Halle, Hamburg-Altona, Hannover, Leipzig, München en Würzburg en vanaf 1942/43 ook naar Braunschweig, Breslau en Kattowitz. Het begin van de Tweede Wereldoorlog leidde echter niet alleen tot storneren van de andere 01.10, maar al spoedig ook tot een drastische beperking van het sneltreinverkeer. De tot september 1940 geleverde 55 exemplaren van de nieuwe super-Pacific kregen daardoor geen verdere uitbreiding van het hun toegedachte inzetgebied. Voorts veroorzaakte spoedig daarna de stroomlijnbeplating enorme problemen (o.a. slechte koeling), zodat de bekleding in het onderste drijfwerkgedeelte weggesneden moest worden. Na de oorlog bevonden alle 55 machines zich weer in de westelijke zones, waar ze met uitzondering van de 01 1067 (buiten dienst gesteld op 7 juni 1948) tot juli 1950 weer in bedrijf gingen, nu echter zonder stroomlijnbeplating. Van eind 1953 tot eind 1956 kregen alle locomotieven nieuw gelaste hoogvermogenketels met verbrandingskamer, nadat de oorspronkelijke ketels vermoeidheidsverschijnselen in de materialen getoond hadden. 34 machines werden uiteindelijk van 1956 tot 1958 op oliestook omgebouwd, waardoor de locs de krachtigste sneltreinstoomlocs van de DB (met uitzondering van de serie 10) werden. Vanaf 1968 droegen de overgebleven locs met rooster de serie-aanduiding 011, de oliegestookte locs reden als 012. Na onderkomens in Bebra, Hagen-Eckesey, Openburg, Kassel, Osnabrück en Hamburg-Altona werden de nog aanwezige machines tenslotte vanaf 1967 stuk voor stuk in het Bw Rheine (Westf.) bijeengebracht. Van daar trokken ze tot 31 mei 1975 reizigerstreinen op de hoofdlijn naar Norddeich Mole. Tien machines van de serie 01.10 bleven museaal of bedrijfsvaardig behouden. De in 1996 weer bedrijfsvaardig opgeknapte 01 1102 draagt als herinnering aan het oorspronkelijke voorkomen een volledige stroomlijnbekleding, de in Nederland behouden 01 1075 werd in 1992 op kolenstook teruggebouwd. De 01 1066 (Ulmer spoorwegenthousiasten) en 01 1100 (DB) representeren de laatste DB-toestand.

  • Digitale Funktionen

    Control UnitMobile StationMobile Station 2Central Station 1/2Central Station 3/2*
    Mobile Station 2**
    Frontsein
    Contact rookgarnituur
    Rijgeluid stoomloc
    Locfluit
    Directe regeling
    Piepen van remmen uit
    Drijfwerkverlichting
    Rangeerfluit
    Luchtpomp
    Stoom afblazen
    Kolen scheppen
    Schudrooster

    *Neue Möglichkeiten und Ausstattungsmerkmale der Central Station 2 (Art.-Nr. 60213, 60214 oder 60215) mit dem Software Update 4.2

    **Neue Möglichkeiten und Ausstattungsmerkmale der Mobile Station 2 (Art.-Nr. 60657/66955) mit dem Software Update 3.55

    Weitere Märklin Erklärvideos finden Sie in unserem YouTube Channel

Warnhinweis

ACHTUNG: Nicht für Kinder unter 3 Jahren